hechtingsproblematiek

Gehechtheid: een duurzame emotionele band
Gehechtheid is het fundament van ieders leven, de basis die de ontwikkeling van kinds af aan betekenis geeft.
In deze duurzame emotionele band tussen een kind en een of meer specifieke
volwassenen, ontwikkelt het kind basisveiligheid en basisvertrouwen.
Basisveiligheid is dat er een veilige plek voor je is.
Basisvertrouwen is het gevoel dat je er mag zijn, dat je het volste vertrouwen hebt dat je ouders, leerkracht, groepsleiding er voor je zullen zijn, dat je je kunt overgeven aan spelen, leren, activiteiten, aan dingen die soms moeten (regels), dat je uitstel kunt verdragen (van waar je op dat moment zin in hebt), dat je onbezorgd in het leven kunt staan, dat je genegenheid kunt tonen, dat je troost kunt zoeken bij je ouders, leerkracht,groepsleiding en dat je hulp kunt vragen. Dit proces heet hechting.

Hechtingsproces
In het hechtingsproces kunnen haperingen optreden, wanneer het kind en/of de ouders vanuit hun eigen geschiedenis teleurgesteld zijn in hun vertrouwen in de ander en zichzelf. Daardoor komt een evenwichtig geven en nemen in een relatie niet, of slechts moeizaam op gang. Dit kan komen door ernstige tekorten in aanleg (zoals bijvoorbeeld een verstandelijke beperking) door het verleden van het kind (bijvoorbeeld adoptie, vele ziekenhuisopnames, wisselende verzorgers of uithuisplaatsingen), waardoor het kind zich niet meer durft toe te vertrouwen aan de ‘belangrijke ander’.
Of door de ouders die niet (meer) bij machte zijn zich echt op een ander in te stellen en het kind de aandacht en ondersteuning te geven wat het nodig heeft.

Kenmerken die kunnen wijzen op hechtingsproblemen bij jonge kinderen
Angstig, gespannen, huilt veel, wordt overspoeld door alles wat hij/zij hoort, ziet, merkt, is onrustig, druk, chaotisch, overbewegelijk, of juist afwezig, of onverstoorbaar, voeding- eetproblemen, ontwikkelingsachterstand, zichzelf wiegen, veel herhalend gedrag, slaapproblemen, houdt alles in de gaten, manipuleert anderen, veel ruzie, verzet, driftbuien, boos, snel overstuur, contact problemen, geen contact zoeken, afwerend, moeilijk samen spelen, jaloers, steelt, loopt weg, leerproblemen, faalangstig, concentratieproblemen, geen troost zoeken, geen troost durven toe staan, bijzonder afhankelijk of geen afhankelijkheid verdragen, geen hulp vragen, niet op verzoeken ingaan, eigen gang gaan, zeer meegaand, allemansvriendje, overbezorgd, bazig, bestraffend, verstarren bij nabijheid of lichamelijk contact, schoppen, slaan, bijten, knijpen, zelfverwonding, wreed tegen dieren, roekeloos, vernielzuchtig, passief, astma, eczeem, haarverlies.
In de relatie komt geen evenredig geven en nemen tot stand tussen kind en opvoeder.

Kenmerken die kunnen wijzen op hechtingsproblemen bij jongeren en volwassenen 
Extreme puberteitsproblemen, gedragsproblemen, contactproblemen, leerproblemen bij normale verstandelijke vermogens, concentratieproblemen, slecht geheugen, angstig, gespannen, wantrouwend, manipulerend gedrag, hulpeloos gedrag, grenzeloos gedrag, 12 ambachten en 13 ongelukken, problemen om zich te beheersen, moeite om uitstel te verdragen, verslavingsproblemen, weglopen, vandalisme, angst zich te binden aan anderen, oppervlakkige vriendschappen, ‘verkeerde’ vrienden, eenzaam, afstandelijk, schijnzelfstandigheid, claimend, zwaan-kleef-aan gedrag, angst in de steek gelaten te worden, extreem jaloers, zich verliezen in vriendschappen, weinig/geen zelfvertrouwen, besluiteloosheid, identiteitsproblemen.
In relaties komt geen evenredig geven en nemen tot stand.

Onderzoek
Uit onderzoek bij kinderen (Prof. R. Van IJzendoorn) blijkt dat 35 – 40 % van de
kinderen onveilig gehecht is. De conclusie uit dit onderzoek is dat deze kinderen
onvoldoende basisveiligheid, basisvertrouwen en/of zelfvertrouwen hebben kunnen
ontwikkelen. Het vermoeden bestaat dat bij kinderen met een verstandelijke
beperking, dit percentage hoger ligt.
Uit wetenschappelijk onderzoek (Stern, Kobak en Duemmier 1994) blijkt dat een kind van elke
ervaring die het met een ander mens opdoet, een beeld– een representatie
opbouwt, die het volgende contact zal kleuren. Op grond van al die representaties
creëert het kind een eigen intern werkmodel waarmee het volgende interacties
aangaat. Een dergelijk werkmodel wordt steeds weer aangepast op basis van
nieuwe ervaringen. Er ontstaat als het ware een flexibel communicatiepatroon,
dat steeds weer verandert.
De conclusie uit dit onderzoek is dat door dit steeds veranderende werkmodel,
ook op latere leeftijd ‘herstel’ van een verstoord hechtingsproces mogelijk blijft,
mits de juiste condities voor ontwikkeling worden geboden.